| Orthodontie |
|
De term orthodontie komt van de oud-Griekse woorden orthos (recht) en odontos (tand). Een orthodontische behandeling zorgt voor een optimale stand van de tanden en kiezen in de kaak. Dit kan op verschillende manieren, die vaak in combinatie worden gebruikt. Bekende voorbeelden zijn de Headgear (buitenboordbeugel) en behandelingen met vaste apparatuur (slotjes). Veel kinderen, en ook steeds meer volwassenen kiezen tegenwoordig voor een orthodontische behandeling. De uitwerking van de orthodontie is in het dagelijks leven te zien door de beugels die mensen dragen en waarbij via haakjes en elastiekjes permanente trek- en drukkrachten op de gebitsdelen wordt uitgeoefend tot de gewenste stand is bereikt. Hierbij moet in jaren gedacht en gerekend worden. Tijdens de behandeling moet de patiënt de beugel meestal dag en nacht dragen (actieve behandelingsperiode). Tijdens deze periode is regelmatige controle en/of bijstelling van de beugel noodzakelijk. Daarna wordt de beugel vaak alleen nog 's nachts gedragen (retentieperiode). Deze laatste periode is ervoor bedoeld om de tanden en kiezen na de behandeling zo goed mogelijk in de gecorrigeerde stand vast te laten groeien. Tegenwoordig worden er echter ook vaak kleine metalen draadjes (spalkjes) achter de tanden geplaatst om het gebit na een beugelbehandeling in de goede stand vast te houden.
|


